Weer vloog Carter met ongekende snelheid naar een volgende plek van ontdekking. Nu werd hij niet door zichzelf verplaats. Strak geklemd tussen de armen van dat andere wezen gingen ze van het ene landschap naar het andere. Plots kwamen ze tot stilstand en met een paar onherkenbare kreten ontstond er een gat in een rotswand waarin ze samen verdwenen. Een ruimte zo groot en vol met apparatuur welke Carter nog meer deed verbazen. Zwijgend werd hij verder door de ruimte mee genomen om uiteindelijk in een stoel geplaatst te worden. Een stoel die Carter gelijk in bedwang nam. Uit het niet kwamen stalen banden en omsloten zijn armen, benen en middel. Over zijn hoofd werd een capsule geschoven. Carter kon nauwelijks beseffen wat er allemaal aan het gebeuren was. Hij begon te twijfelen aan zijn kennis over de werkelijkheid, nu hij andere ervaringen beleefde. Hij begon zelfs te twijfelen of hij überhaupt nog wel leefde. Veel tijd om na te denken kreeg Carter niet. Een damp kwam in de capsule en zorgde voor een diepe slaap. Deze damp zorgde niet alleen voor de diepe slaap maar met elke teug damp welke Carter verplicht inhaleerde kreeg hij kennis van de wereld waar in hij nu verkeerde. Kennis over het wezen zijn. Kennis over de bewegingen en hoe deze te controleren. En kennis over hoe te communiceren.

Carter werd bevrijd van alles en kwam langzaam bij zijn bewustzijn. Nog even werd hij in bedwang gehouden zodat Kepler Carter nog meer kon gaan toelichten van wat er allemaal gebeurt was. Ze legde uit dat Carter nu kennis had verkregen over alles van deze wereld en dat hij nu kon communiceren en bewegen met controle. Carter wilde vragen stellen over waar hij nu was en hoe hij hier gekomen was, maar door een blik van Kepler werd hem het zwijgen opgelegd. Ze beloofde hem hier zo snel mogelijk antwoorden op te geven. “De tijd is nu voldoende vermoeiend geweest” was stellig de repliek van Kepler. “Eerst zullen we naar buiten moeten om te controleren of je nu elke beweging kan controleren”. Kepler ging Carter voor naar de wand en vroeg hem deze te openen. Instinctief uitte Carter een kreet waardoor er in de muur een draaikolk ontstond en het steen deed verweken en hun toegang verschafte tot de buitenruimte.

Eenmaal buiten zag Carter nu ook dat de hemel niet een zon toonde, vijf op zon gelijkende gloeiende rode bollen staken af tegen de groene hemel. Carter keek Kepler vragend aan. “Er zijn er in totaal 10” was haar reactie. “Hierdoor is er geen verschil tussen dag en nacht en zal je de tijdwaarneming als irrelatief gaan ervaren” Carter was niet eens verbaast dat hij begreep wat Kepler hem zojuist had toegelicht. “Nu moet je laten zien dat je beweging kan controleren” Kepler gaf Carter duidelijk aanwijzingen wat hoe en waarheen hij zich moest bewegen. Snelle bewegingen werden afgewisseld met hele langzame en zeer nauwgezette. Nu Kepler overtuigd was van het kunnen van Carter gaf ze te kennen dat het tijd was om te gaan eten.

Kepler schoot weg en Carter volgde gelijk. Als wilde verscheurde ze samen het eerste beest wat ze tegen kwamen. Flarden huid, vlees en bloed schoten in het rond en binnen een mum van tijd was het beest verorberd door de twee.

Een reactie maakt mij blij

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.