Daar zat hij dan, iets te ver onderuit gezakt, in die oude stoel die goed zou passen in het interieur van elke willekeurige oma in een bejaarden huis. De stof al lang niet meer zo geribbeld als hij dertig jaar terug in de meubelzaak stond. Maar de ribbels die er nog waren zorgde voor herinneringen, herinneringen aan de gesprekken over het leven, herinneringen aan de momenten dat hij daar gewoon zat en de ruimte van de woonkamer, waar de stoel toen in stond, in zich opnam. Al starend naar het lege scherm van zijn laptop popte de ene herinnering na de andere herinnering, in willekeurige volgorde op.

Hij wilde die herinneringen opzij zetten, want hij wilde schrijven, en niet schrijven over die herinneringen hoe zeer hij die herinneringen ook waardeerde. Hij zat daar met die blik, die zou passen bij een gevierde schilder die keek naar zijn zoveelste lege doek terwijl hij midden op het strand zat en een schilderij wilde maken van het bos. Met zijn handen zwevend boven het toetsenbord wachtend op het moment dat zijn vingers de 70 penselen onder hem zou gaan beroeren en de meest vlammende tekst zal laten verschijnen.

Het bleef stil, niet het geluid van toetsen die keer op keer werden beroerd. Die stilte zocht hij ook in zijn hoofd net zo stil als leeg het scherm was, daar was hij naar opzoek. Zijn hoofd moest leeg hij moest de stoel van de schilder omdraaien zodat hij zicht kreeg op het bos wat hij wilde schilderen. Hij moest zijn hoofd draaien, zijn ogen weg van dat legen scherm, de ribbels van de stof van de stoel niet meer voelen.

Zijn onderuit gezakte houding nam af, langzaam met zijn handen om de laptop gevouwen, stond hij op. Zachtjes bewoog hij door de ruimte om deze te verlaten, zoekend naar een nieuwe plek in het huis, een plek waar hij wel die inspiratie kreeg, een plek waar wel het getik werd gehoord. Schuifelend ging hij van de ene ruimte naar de andere in het huis. Geen van die ruimtes dwong hem te zitten om de tekst te tikken die hij wilde schrijven.

Nog een plek aftasten kijken of het daar wel kan. Maar in de ruimte was het schemerig, zou hij de toetsen wel kunnen zien, zou hij wel kunnen zien wat hij schrijft. Toch ging hij zitten in die ruimte in het hoekje met uitzicht op haar waar ze lag. Hij kon de toetsen niet zien, en toch bewogen zijn vingers, geheel op gevoel gingen zijn vingers over de toetsen. Het enige licht in de kamer van het scherm van zijn laptop was aan het veranderen. Het scherm was minder wit, de letters die verschenen vormde een gedicht, een gedicht aan haar gericht.

Een reactie maakt mij blij

This site uses Akismet to reduce spam. Learn how your comment data is processed.